Helemaal goed

Elke vakantie, liggend in de buitenlandse zon, bedenk ik: het moet helemaal anders. Zeker als we onze zeilvrienden bezoeken die ergens in het middelandse zee gebied dobberen. Zij gooiden een aantal jaar geleden hun roer om, kochten een zeilboot en zetten koers naar de zon. Na de stess die ik elke keer weer ervaar van inpakken en wegwezen, geniet ik de eerste vijf dagen van huis volop en dromen we over een vertrek naar een nog onbekende bestemming.

Ook dit pinksterweekend werd ik weer ondergedompeld in het ‘helemaal anders’ gevoel. Dit keer in eigen land. We verbleven met drie gezinnen in een Limburgse vakwerkboerderij, volledig VT-wonen gestyled. Een vriendin van me zou het een Bona-weekend noemen: barbequen aan een lange, mooi gedekte tafel op een zonnig terras, kinderen gillend onder de tuinslang., ge-nie-ten! De eigenaar van deze idylle was commercieel directeur en bedacht: ‘Ik vertrek’. Hij verruilde hectiek, zoals veel deelnemers aan dit verrukkelijke tv-programma, voor rust.

Een aantal jaar geleden gooide ik ook het roer om en riep ‘ik vertrek’. Maar net als vanaf dag vijf in de buitenlandse zon, had ik snel genoeg van de Bona-momenten. Actie! Het duurde lang voordat ik weer koers had gezet naar een nieuwe baanbestemming. Eén die eigenlijk maar een klein beetje anders was dan mijn oude stek. Ik stapte de Duivense gemeentepolitiek in en verruilde de Rijnwaardense woonstichting voor de Zevenaarse . Want net als op dag acht en negen in de buitenlandse zon, verlangde ik weer naar ‘gewoon’ en juich ik op dag tien: ‘ik vertrek…naar huis’.

Elke vrijdag, liggend op mijn yoga-matje ergens in De Liemers denk ik: het is ‘helemaal goed’, en draai het roer een beetje bij.